Samenwerken in gemeenschappelijke regelingen

Gemeenten hebben diverse samenwerkingsverbanden met andere gemeenten. Een bekende vorm is de gemeenschappelijke regeling (GR). Dit type samenwerkingsverband wordt vaak opgericht om krachten te bundelen, een efficiëntere uitvoering te bewerkstelligen of organisatorische voordelen te behalen, bijvoorbeeld op het gebied van afvalbeheer, jeugdzorg of de sociale dienst. In een aantal gevallen is een GR wettelijk voorschreven, zoals de Veiligheidsregio of de Omgevingsdienst. Na afloop van deze cursus weet u welke soorten GR’en er zijn en op welke manier u grip kunt houden op deze verschillende soorten GR’en. U weet waar u op moet letten, hoe de informatievoorziening plaatsvindt en heeft inzicht in de democratische controle?

De volgende onderwerpen komen tijdens een cursusdagdeel aan de orde:

  • Opening en kennistest
  • Samenwerken in een GR: verschillende vormen en praktijkvoorbeelden
  • Bevoegdheden algemeen en dagelijks bestuur, overdragen van bevoegdheden
  • Wijzigingen van/in een GR
  • Sturing, beheersing en verantwoording
  • Informatievoorziening aan en democratische controle door de raad
  • Casus

Werkwijze en lesmateriaal
De leerstof wordt zo tastbaar en aantrekkelijk mogelijk gemaakt door veel gebruik te maken van voorbeelden uit de dagelijkse praktijk. Er is ruime gelegenheid vragen te stellen en praktijkvoorbeelden in te brengen. Van de deelnemers wordt een actieve houding verwacht. De deelnemers ontvangen een compacte syllabus met de sheets, en overige relevante informatie.

 

 

Toezicht en handhaving in het sociaal domein

Met de decentralisatie van het sociaal domein heeft de gemeente veel vraagstukken bij gekregen rondom toezicht en handhaving. Hieronder vallen onder meer vragen over de kwaliteit van voorzieningen, alsmede de wijze waarop onrechtmatige situaties worden opgespoord, en het daaraan al dan niet verbinden van consequenties.

Tijdens deze trainingsdag gaan wij nader in op toezicht en handhaving rondom deze twee wetten. Na het volgen van deze cursus bent u op de hoogte van de regels die gelden rondom toezicht en handhaving binnen de Wmo 2015, de Participatiewet en de Jeugdwet. U weet welke mogelijkheden de toezichthouder (of anderen) in de praktijk ter beschikking staan, zowel in geval van periodiek georganiseerde controles, als in geval van calamiteiten en incidenten.

Programma
Tijdens deze cursus komen onder meer de volgende onderdelen aan de orde:
- Wettelijk kader toezicht en handhaving: wat is toezicht en handhaving?
- De verhouding tot de Algemene wet bestuursrecht
- Verschil toezicht op kwaliteit / periodieke controles / calamiteiten en incidenten
- Het aanwijzen van een toezichthouder
- Beleidskaders
- Praktische zaken (samenwerking andere afdelingen)
- Vormen van fraude
- Rechtmatigheid vs. onrechtmatigheid
- Preventieve maatregelen
- Handhaafbaarheid van regelgeving (onderscheid natura/pgb)
- Gevolgen constatering van misstanden: treffen van maatregelen
- Relatie met de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Inspectie Jeugdzorg.
- Praktijkvoorbeelden en tips en trucs

 

Cursus Wet hergebruik van overheidsinformatie

Op 18 juli 2015 is de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) in werking getreden. Burgers en bedrijven kunnen bij een 'met een publieke taak belaste instelling' een verzoek indienen tot het verstrekken van overheidsinformatie. Deze informatie kan worden gebruikt door natuurlijke personen of rechtspersonen voor commerciële of niet-commerciële doeleinden. Het voornaamste doel daarbij is het creëren van economische meerwaarde.

Doel
Na het volgen van de cursus is de deelnemer op de hoogte van de inhoud van de Who, zich bewust van het bereik en impact van de (gevolgen van de) Who en in staat om een Who-verzoek af te handelen.

Doelgroep
Medewerkers van een overheid of van een andere instelling met een publieke taak (o.a. musea, archieven, bibliotheken) die bij de uitvoering van hun werkzaamheden te maken hebben met de Who.

Tijdens het dagdeel wordt ingegaan op de volgende onderwerpen:
• Achtergrond en inhoud Who
• Kernbegrippen
• Herkennen/bereik Who-verzoek (op welke verzoeken is de Who van toepassing?)
• Afwijzingsgronden
• Behandelen verzoek (wijze van verstrekking, bescherming persoonsgegevens, tarieven etc.)

Cursus jurisprudentie sociaal domein

Doel
Als gevolg van de decentralisaties (Wmo en Jeugd) hebben zich sinds 1 januari 2015 diverse ontwikkelingen voorgedaan ten aanzien van de jurisprudentie aangaande die wetgeving. Op basis van jurisprudentie in eerste aanleg als hoger beroep zijn bepaalde, voor de uitvoeringspraktijk onduidelijk gebleken begrippen, uitgekristalliseerd. Dit geeft handen en voeten aan de wettelijke kaders en is van belang voor een uniforme uitvoering van de wet. Na afloop van deze cursus beschikt de deelnemer over actuele kennis van de jurisprudentie inzake de Wmo 2015 en de Jeugdwet.

Doelgroep
Medewerkers van gemeenten die betrokken zijn bij de uitvoering van de Wmo 2015 en/of de Jeugdwet. De cursus kan als basiscursus worden gegeven of als verdiepende cursus.

Programma
Tijdens deze cursus wordt in ieder geval ingegaan op de volgende onderwerpen:
- Ontwikkelingen jurisprudentie Wmo 2015 vanaf 1 januari 2015 tot heden:
Beschikken in resultaten, het voorzien in de behoefte aan huishoudelijke ondersteuning, algemene voorzieningen, het hanteren van normtijden en de hoogte van het persoonsgebonden budget.

- Ontwikkelingen jurisprudentie Jeugdwet vanaf 1 januari 2015 tot heden:
Het beoordelen van een verzoek om een gesloten machtiging, instemming van de gedragswetenschapper, ondertoezichtstelling, en het doen van onderzoek.

Werkwijze
De cursus is sterk op de praktijk gericht en interactief. Er is bovendien ruimte voor het inbrengen van voorbeelden uit de praktijk van de deelnemers.

Duur
Twee dagdelen

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Chantal Ridderbos-Hovingh.

Cursus Participatiewet

Doel
Vanaf 1 januari 2015 valt iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, onder de Participatiewet. De Participatiewet heeft als doel om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperkingen werk te laten vinden en dit geldt ook voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Wanneer dat niet lukt, is het mogelijk op grond van de wet over te gaan tot verlening van bijstand. Gemeenten voeren de wet uit en maken, binnen de wettelijk gestelde kaders, hun eigen beleid. Na afloop van deze cursus beschikken deelnemers over voldoende kennis van de Participatiewet ten behoeve van de dagelijkse uitvoeringspraktijk.

Doelgroep
Medewerkers van gemeenten (sociale dienst) die betrokken zijn bij de uitvoering van de Participatiewet. De cursus kan als basiscursus worden gegeven of als verdiepende cursus.

Programma
Tijdens deze cursus wordt onder andere ingegaan op de volgende onderwerpen:
- Uitgangspunten en basisbeginselen van de Participatiewet
- Belangrijke begrippen zoals het zijn van rechthebbende en een gezamenlijke huishouding
- Verschillende vormen van bijstand
- Rechten en plichten, waaronder de inlichtingen- en de arbeidsplicht en de betekenis daarvan voor de praktijk
- Opschorting, herziening en terugvordering
- Actuele jurisprudentie
- Aanverwante wet- en regelgeving

Werkwijze
De training is sterk op de praktijk gericht en interactief. Er wordt gewerkt met korte inleidingen en cases uit de praktijk van de cursusleider en de deelnemers.

Duur
Twee dagdelen

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Chantal Ridderbos-Hovingh.

Cursus Jeugdwet

Doel
Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De verantwoordelijkheid van gemeenten ziet daarmee onder andere op het versterken van het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, scholen en kinderopvang en het voorzien in een kwantitatief en kwalitatief toereikend aanbod van jeugdhulp. Hierbij geldt als uitgangspunt dat ouders in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn en dat waar dat niet lukt, hulp op grond van de Jeugdwet hulp wordt ingezet. Na afloop van deze cursus beschikken deelnemers over voldoende kennis van de Jeugdwet ten behoeve van de dagelijkse uitvoeringspraktijk.

Doelgroep
Medewerkers van gemeenten die betrokken zijn bij de uitvoering van de Jeugdwet.

Programma
Tijdens deze cursus wordt in ieder geval ingegaan op de volgende onderwerpen:
- Uitgangspunten en basisbeginselen van de Jeugdwet
- De toegang tot jeugdhulp en het woonplaatsbeginsel
- De samenwerking met (zorg)aanbieders
- Het persoonsgebonden budget
- Actuele jurisprudentie

Werkwijze
De training is sterk op de praktijk gericht en interactief. Er wordt gewerkt met korte inleidingen en cases uit de praktijk van de cursusleider en de deelnemers.

Duur
Twee dagdelen

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Chantal Ridderbos-Hovingh.

Cursus Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Doel
Op 1 januari 2015 is de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) in werking getreden. Deze wet geeft aan gemeenten de opdracht ervoor te zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Op grond van de Wmo 2015 verstrekt de gemeente voorzieningen aan kwetsbare burgers die niet op eigen kracht, op met behulp van personen uit hun sociale netwerk, in staat zijn tot zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie. Het kan dan gaan om het bieden van begeleiding, dagbesteding of huishoudelijke ondersteuning. Maar ook het bieden van onderdak in de vorm van beschermd wonen valt onder de Wmo 2015. Gemeenten zijn bovendien ook verantwoordelijk voor het bieden van cliëntondersteuning. Na afloop van deze cursus beschikken deelnemers over voldoende kennis van de Wmo 2015 ten behoeve van de dagelijkse uitvoeringspraktijk.

Doelgroep cursus
Medewerkers van gemeenten die betrokken zijn bij de uitvoering van de Wmo 2015. De cursus kan als basiscursus worden gegeven of als verdiepende cursus.

Programma
Tijdens deze cursus wordt onder andere ingegaan op de volgende onderwerpen:
- Uitgangspunten en basisbeginselen van de Wmo 2015
- Het doen van onderzoek
- De wijze van beschikken
- Samenwerking met (zorg)aanbieders
- Het persoonsgebonden budget en de eigen bijdrage
- Actuele jurisprudentie
- Aanverwante wet- en regelgeving

Werkwijze
De training is sterk op de praktijk gericht en interactief. Er wordt gewerkt met korte inleidingen en cases uit de praktijk van de cursusleider en de deelnemers. De cursus wordt in company gegeven.

Duur
Twee dagdelen

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Chantal Ridderbos-Hovingh.

Efficiënt en effectief afhandelen van (oneigenlijke) Wob-verzoeken

Heeft u last van de Wob? Ontvangt u veel verzoeken? Heeft u het gevoel dat misbruik van de wet wordt gemaakt? Inderdaad is in sommige gevallen sprake van oneigenlijk gebruik. Door de wetgever wordt eraan gewerkt dit oneigenlijke gebruik te beteugelen. U hoeft echter niet op een wetswijziging te wachten. U kunt zelf ook maatregelen treffen om de Wob-verzoeken efficiënter en effectiever af te handelen.

Doel
Na het volgen van de cursusmiddag bent u op de hoogte van de actualiteiten rond de Wob en ontvangt u allerhande tips voor een effectieve en efficiënte afhandeling van Wob-verzoeken.

Doelgroep
Medewerkers werkzaam bij de overheid die te maken hebben met de Wob.

Programma
Tijdens de cursus wordt ingegaan op actuele jurisprudentie rond de Wob en worden de voorstellen om de Wob te wijzigen besproken. Er worden allerhande tips gegeven voor een effectieve en efficiënte afhandeling van Wob-verzoeken.

 

Wij kunnen u ook op andere wijzen ondersteunen met de uitvoering van de Wob, bijvoorbeeld door het verzorgen van jurisprudentie-actualiteiten, het uitvoeren van een Wob-audit binnen uw organisatie of door Wob-verzoeken of -bezwaarschriften af te handelen. Klik hier voor meer informatie.

Wet openbaarheid van bestuur (Wob)

Doel
Na het volgen van de cursus is de deelnemer bekend met de inhoud van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob). De deelnemer is op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen tijd en de ontwikkelingen die de komende tijd worden verwacht.

Doelgroep
Medewerkers werkzaam bij de overheid. Kennis van de Wob is geen vereiste.

Programma

  • Stelsel en reikwijdte Wob
  • Kernbegrippen Wob
  • Procedure en beslistermijnen
  • Weigeringsgronden
  • Samenloop met andere wetgeving
  • Actuele jurisprudentie
  • Toekomstige ontwikkelingen

 

Wij kunnen u ook op andere wijzen ondersteunen met de uitvoering van de Wob, bijvoorbeeld door het verzorgen van jurisprudentie-actualiteiten, het uitvoeren van een Wob-audit binnen uw organisatie of door Wob-verzoeken of -bezwaarschriften af te handelen. Klik hier voor meer informatie.

De bezwaarschriftprocedure van de Awb

Voor de wijze waarop bezwaarschriften moeten worden afgehandeld is in de Algemene wet bestuursrecht een regeling getroffen. Naast deze formele wijze van afhandeling, krijgt de informele aanpak – het door de ambtenaar persoonlijk contact opnemen met de betrokken burger(s) - steeds meer aandacht. Zowel over de formele als de informele afhandeling van bezwaarschriften doen zich in de praktijk de nodige vragen voor. Hoe kan de bezwarenprocedure efficiënt en effectief worden georganiseerd? Wanneer is een bezwaarschrift geschikt voor de informele afhandeling? Over welke competenties moet de ambtenaar beschikken? Wanneer kan worden afgezien van horen? Is sprake van een appellabel besluit? Is de termijnoverschrijding verschoonbaar? Wanneer gelden uitzonderingen op de hoofdregel van ex nunc-toetsing? Hoe moet het dictum van het besluit op bezwaar luiden? Op deze en andere vragen wordt een antwoord gegeven tijdens deze cursusdag.

Doel
Na het volgen van de cursus is de deelnemer bekend met de regeling van de Awb voor de bezwaarbehandeling en de wijze waarop dit informeel kan geschieden. De deelnemer is op de hoogte van actuele jurisprudentie en verwachte ontwikkelingen die te maken hebben met de bezwaarafhandeling.

Doelgroep
Medewerkers die te maken hebben met de afhandeling van bezwaarschriften en werkzaam bij de gemeentelijke of provinciale overheid of een waterschap. Ook leden van een adviescommissie bezwaarschriften behoren tot de doelgroep. Van de deelnemers wordt redelijke kennis van het bestuursrecht verwacht.

Programma
Tijdens de cursus komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Functies van de bezwaarprocedure en de organisatie daarvan
  • Handreiking professionele afhandeling van bezwaarschriften
  • Kernbegrippen (besluit, belanghebbende)
  • Ontvankelijkheid, vormvoorschriften
  • Inhoudelijke beoordeling
  • Karakter heroverweging: toetsing ex nunc/ex tunc, rechtmatigheid en doelmatigheid
  • Dictum in bezwaar
  • Wet kosten voorprocedure
  • Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
  • Recente jurisprudentie over bovengenoemde onderwerpen

Expertise
Pro Facto is op verschillende manieren betrokken bij de Awb-bezwaarschriftprocedure. Door het uitvoeren van ondersteunende werkzaamheden van externe hoor- en adviescommissie, zoals het organiseren van zittingen, het zorgen voor verslaglegging en het voorbereiden van adviezen. Daarnaast vertegenwoordigen medewerkers van Pro Facto bestuursorganen regelmatig in bezwaarschriftprocedures. Tot slot is Pro Facto in het verleden betrokken bij onderzoek naar het functioneren van de bezwaarschriftprocedures, onder meer in opdracht van gemeentelijke rekenkamercommissies.

Prof. dr. Heinrich Winter, directeur van Pro Facto en hoogleraar Toezicht bij de vak¬groep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijks¬universiteit Groningen, is auteur van de uitgave 'De Awb-bezwaarschriftprocedure'. Momenteel bewerkt hij deze monografie voor een derde druk. Hij is opsteller van de Handreiking professioneel behandelen van bezwaarschriften .

Workshop informele aanpak bij bezwaar

Voor de wijze waarop bezwaarschriften moeten worden afgehandeld is in de Algemene wet bestuursrecht een regeling getroffen. Naast deze formele wijze van afhandeling, krijgt de informele aanpak – het door de ambtenaar persoonlijk contact opnemen met de betrokken burger(s) - steeds meer aandacht.

Hoe geef je deze informele aanpak in de praktijk vorm? Wanneer is een bezwaarschrift geschikt voor de informele afhandeling? Over welke competenties moet de ambtenaar beschikken? Wanneer kan worden afgezien van horen? Hoe zit het met de Wet dwangsom? Wat zijn de voor- en nadelen van de informele aanpak? Op deze en andere vragen wordt een antwoord gegeven tijdens deze cursusdag

Doel
Na het volgen van de workshop is de deelnemer bekend met de wijze waarop bezwaarschriften informeel kunnen worden behandeld.

Doelgroep
Medewerkers die te maken hebben met de afhandeling van bezwaarschriften en werkzaam bij de gemeentelijke of provinciale overheid of een waterschap. Ook leden van een adviescommissie bezwaarschriften behoren tot de doelgroep. Van de deelnemers wordt redelijke kennis van het bestuursrecht verwacht.

Programma
Tijdens de cursus komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod:

  • Functies van de bezwaarprocedure
  • Informele aanpak: achtergrond
  • Voor- en nadelen
  • Competenties ambtenaar
  • Organisatie informele aanpak
  • Proces
  • Afzien van horen
  • Wet dwangsom
  • Handreiking professionele afhandeling van bezwaarschriften

Expertise
Pro Facto is op verschillende manieren betrokken bij de Awb-bezwaarschriftprocedure. Door het uitvoeren van ondersteunende werkzaamheden van externe hoor- en adviescommissie, zoals het organiseren van zittingen, het zorgen voor verslaglegging en het voorbereiden van adviezen. Daarnaast vertegenwoordigen medewerkers van Pro Facto bestuursorganen regelmatig in bezwaarschriftprocedures. Tot slot is Pro Facto in het verleden betrokken bij onderzoek naar het functioneren van de bezwaarschriftprocedures, onder meer in opdracht van gemeentelijke rekenkamercommissies.

 

Jurisprudentie handhaving

Doel
Op de hoogte blijven van de actuele jurisprudentie op het gebied van het bestuurlijke handhaving.

Doelgroep
Medewerkers die zich bezig houden met toezicht en handhaving van wettelijke regels of om een andere reden de actuele ontwikkelingen op dit gebied willen volgen. Van de deelnemers wordt een redelijke kennis van het handhavingsrecht verwacht.

Programma
Tijdens het programma wordt de actuele jurisprudentie op het gebied van bestuurlijke handhaving besproken.

Werkwijze
Bij het bespreken van de jurisprudentie wordt gebruik gemaakt van veel voorbeelden uit de dagelijkse praktijk. Er is ruime gelegenheid vragen te stellen en praktijkvoorbeelden in te brengen.

Toezicht en handhaving

De overheid stelt regels, houdt toezicht op de naleving en gaat zo nodig over tot handhaving. Dat klinkt eenvoudig, maar de praktijk is weerbarstig. Er is onvoldoende capaciteit beschikbaar om op alle regels toezicht uit te oefenen. In de praktijk worden dan ook prioriteiten gesteld bij het toezicht en de handhaving. Bij het stellen van deze prioriteiten moet antwoord worden gegeven op vragen als: Wat is het effect van toezicht? Hoe kunnen we doelmatig toezicht houden? Hoe groot is de kans dat regels niet worden nageleefd? Welke risico's doen zich voor bij niet-naleving? Hoe gaan we handhaven als regels worden overtreden? Welk handhavingsinstrument passen we toe?

Doelgroep
De cursus is bedoeld voor medewerkers van de overheid die te maken hebben met toezicht en handhaving en over een redelijke tot goede kennis beschikken van het bestuursrecht.

Doel
Na het volgen van de cursus weet de deelnemer het fijne van de organisatie van het toezicht en de handhaving.

Programma
Tijdens het programma staat het organiseren van het toezicht en de handhaving centraal. Op de juridische aspecten wordt alleen zijdelings ingegaan. Onder andere de volgende onderwerpen worden besproken:

  • Definities toezicht en handhaving
  • Uitgangspunten
  • Proces en beleidscyclus
  • Kwaliteitseisen
  • Probleem- en risicoanalyse
  • Strategieën (naleving, toezicht, sanctionering, gedogen)
  • Ontwikkelingen (horizontalisering, systeemtoezicht)

Handhaving en gedogen in het bestuursrecht

Als door de overheid gestelde regels niet worden nageleefd, moet hier in principe handhavend tegen worden opgetreden. In de praktijk gebeurt dat niet altijd en wordt soms, impliciet dan wel expliciet, gedoogd.

Doelgroep
De cursus is bedoeld voor medewerkers van de overheid die te maken hebben met toezicht en handhaving en over een redelijke tot goede kennis beschikken van het bestuursrecht (met name hoofdstuk 5 van de Awb, toezicht en handhaving).

Doel
Na het volgen van de cursus weet de deelnemer het fijne van bestuursrechtelijke handhaving en gedogen.

Programma

  • Beginselplicht handhaving
  • De overtreding en de overtreder
  • Positie derden bij de effectuering van de beginselplicht
  • Bestuurlijke waarschuwing en de beginselplicht
  • Europeesrechtelijke aspecten van handhaving
  • Civielrechtelijke aspecten van onvoldoende toezicht/ handhaving
  • Mogelijkheden om te gedogen

Jurisprudentie subsidierecht

Op het gebied van het subsidierecht verschijnt veel jurisprudentie. Om op de hoogte te blijven van de actuele ontwikkelingen op subsidiegebied, is het onontbeerlijk deze jurisprudentie te raadplegen.

Doel
Op de hoogte blijven van de actuele jurisprudentie op het gebied van het subsidierecht.

Doelgroep
Medewerkers die subsidieverstrekking in hun pakket hebben of om een andere reden de actuele ontwikkelingen op subsidiegebied willen volgen. Van de deelnemers wordt een redelijke kennis van het subsidierecht verwacht.

Programma
Tijdens het programma wordt de actuele jurisprudentie op het gebied van het subsidierecht besproken. Uitgebreid wordt onder andere stilgestaan bij de vraag, hoe op correcte wijze subsidie die voor meerdere achtereenvolgende jaren is verstrekt, in verband met de bezuinigingen geheel of gedeeltelijk voor een nieuw tijdvak kan worden geweigerd (art. 4:51 Awb).

Jurisprudentie bestuursrecht en gemeenterecht

Op het gebied van het bestuurs- en gemeenterecht verschijnt veel jurisprudentie. Om op de hoogte te blijven van de actuele ontwikkelingen, is het onontbeerlijk deze jurisprudentie te raadplegen.

Doel
Op de hoogte blijven van de actuele jurisprudentie op het gebied van het bestuursrecht en gemeenterecht.

Doelgroep
Medewerkers die de actuele ontwikkelingen op dit gebied willen volgen. Van de deelnemers wordt een redelijke kennis van het betreffende rechtsgebied verwacht.

Programma
Tijdens het programma wordt de actuele jurisprudentie op dit gebied besproken.

Subsidierecht

Doel
Tijdens deze cursus staan de subsidieregels uit de Algemene wet bestuursrecht en de praktische toepassing hiervan centraal. Wanneer hoeft er geen wettelijk voorschrift ten grondslag te liggen aan subsidieverlening? Wanneer moet er een subsidieplafond worden ingesteld en waar moet je op letten bij de verlening om achteraf de subsidie op eenvoudige wijze vast te kunnen stellen? Welke criteria gelden bij het intrekken of weigeren van een subsidie en hoe kan een subsidierelatie worden beëindigd? Wanneer stel je een uitvoeringsovereenkomst op? In het eerste deel van deze cursusdag staan de systematiek en de hoofdlijnen van het subsidierecht centraal, waarna de kennis in het tweede deel wordt verdiept en wordt ingegaan op de toepassing in de dagelijkse praktijk.

Programma

De volgende onderwerpen komen tijdens de cursus aan de orde:

  • systematiek subsidieregeling in de Awb
  • het subsidiebegrip - de wettelijke grondslag
  • het subsidieplafond
  • de verdeelmaatstaf
  • het proces van subsidieverstrekking
  • subsidieverlening
  • subsidievaststelling
  • de subsidiebeschikking in relatie tot uitvoeringsovereenkomst
  • weigeringsgronden
  • opschortende/ontbindende voorwaarden
  • verplichtingen
  • wijziging, intrekking (ex tunc/ex nunc), beëindiging
  • betaling
  • voorschotten
  • terugvordering
  • grens tussen subsidie en overeenkomst
  • aanbestedingen en staatssteun
  • praktische aandachtspunten verdeelmaatstaf (o.a. tendersysteem)
  • toepassing in praktijksituaties

 

Training procesvertegenwoordiging

Doelgroep
Medewerkers vanuit de gehele organisatie die het bestuursorgaan vertegenwoordigen bij de adviescommissie bezwaarschriften en de bestuursrechter. Voor sommige medewerkers is dit aan de orde van de dag, voor anderen een zeldzaamheid.

Doel
Na de training zijn de deelnemers zich bewust van hun sterke en minder sterke punten als het gaat om procesvertegenwoordiging. Met behulp van tips en door het oefenen (naspelen van zittingen) zijn de deelnemers na het volgen van deze training in staat de bestuursorganen op goede wijze te vertegenwoordigen in bezwaar- en beroepsprocedures.

Programma
Tijdens de training wordt ingegaan op de volgende onderwerpen:

Mondelinge communicatie
Ingegaan wordt op de presentatie tijdens de zitting; het taalgebruik (aanspreekvorm, begrijpelijke taal) en de houding (open en professioneel). Er wordt ingegaan op valkuilen (geïrriteerd raken door vragen of het gedrag van de tegenpartij, zaken afschuiven op collegae, zenuwen, etc.) en er worden tips gegeven om hiermee om te gaan.

Rollenspellen
Veel medewerkers ervaren in meer of mindere mate spanning wanneer zij de bestuursorganen moeten vertegenwoordigen bij de bezwarencommissie of de rechter. Oefening baart kunst en maakt de deelnemers zekerder. Tijdens de training is er daarom veel aandacht voor het oefenen van de vaardigheden die vereist zijn voor een goede procesvertegenwoordiging (luisteren, begrip tonen, vragen herformuleren bij onduidelijkheden, presenteren, etc.). Voorafgaand aan de training leveren de deelnemers eigen zaken aan die tijdens de training worden nagespeeld. De docenten hebben ook voldoende eigen materiaal tot hun beschikking. De cursisten vervullen de rol van voorzitter van de bezwaarcommissie c.q. rechter, vertegenwoordiger van het bestuursorgaan en de bezwaarmaker c.q. appellant. De docenten zorgen ervoor dat tijdens deze rollenspellen kritische vragen worden gesteld of zich bijzondere wendingen voordoen.

Na afloop van het rollenspel ontvangen de cursisten feedback van de docenten en van elkaar, zodat voor de deelnemers duidelijk wordt wat hun sterke en minder sterke punten zijn. De cursusleiders kunnen vanuit hun ervaring genoeg tips aanleveren op basis waarvan de vaardigheden van de deelnemers worden verbeterd en zij zich zekerder voelen wanneer zij de gemeentelijke bestuursorganen vertegenwoordigen.

Desgewenst kan ook worden ingegaan op:

  • Schriftelijke communicatie: dossier, verweerschrift, pleitnota.
  • Het algemeen bestuursrecht: welke punten zijn van belang bij de beoordeling van een bezwaar- of beroepschrift?
  • Het procesrecht: hoe verloopt een bestuursrechtelijke procedure? Hoe verloopt een zitting volgens de nieuwe zaaksbehandeling?

Beleidsregels in het bestuursrecht

De Algemene wet bestuursrecht wijdt een speciale titel aan beleidsregels. Hoewel deze titel uit maar vier artikelen bestaat, doen zich in de praktijk de nodige onduidelijkheden voor over beleidsregels. Wanneer is hiervan sprake? Wat is het voordeel van het vaststellen van een beleidsregel? Wanneer kan van een beleidsregel worden afgeweken? Op deze en andere vragen wordt een antwoord gegeven tijdens de cursusmiddag

Doel
Na het volgen van de cursus is de deelnemer op de hoogte van alle aspecten die met beleidsregels te maken hebben.

Doelgroep
Medewerkers werkzaam bij de overheid die te maken hebben of kunnen krijgen met beleidsregels.

Programma
Tijdens het dagdeel worden de volgende onderwerpen besproken:

  • Definitie beleidsregel
  • Bevoegdheid tot vaststellen beleidsregel
  • Inhoud beleidsregel
  • Motivering besluiten door verwijzing naar beleidsregel
  • Bekendmaking
  • Afwijking van de beleidsregel
  • Beleidsvrijheid en beoordelingsvrijheid

De belanghebbende in het bestuursrecht

Het begrip 'belanghebbende' is van groot belang in het bestuursrecht. Volgens de Algemene wet bestuursrecht wordt hieronder verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Als het gaat om bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. Bij rechtspersonen worden als hun belangen ook beschouwd 'de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen'.

In de praktijk doen zich de nodige onduidelijkheden voor over het belanghebbendebegrip. In een concrete situatie is niet altijd duidelijk wie als belanghebbende kan worden aangemerkt. Over dit begrip bestaat de nodige jurisprudentie. Op deze jurisprudentie en andere relevante punten wordt ingegaan tijdens de cursusmiddag

Doel
Na het volgen van de cursus is de deelnemer op de hoogte van alle aspecten die met het begrip belanghebbende te maken hebben.

Doelgroep
Medewerkers werkzaam bij de overheid.

Programma
Tijdens het dagdeel worden de volgende onderwerpen besproken:

  • Definitie belanghebbende
  • Achtergrond en belang van het begrip
  • Natuurlijke persoon als belanghebbende
  • Bestuursorgaan als belanghebbende
  • Rechtspersoon als belanghebbende
  • Jurisprudentie

Bevoegdheidsverdeling in de gemeente

Doel en doelgroep
De cursus is bestemd voor medewerkers werkzaam bij een gemeente. De medewerkers beschikken niet over heel veel juridische kennis en ervaring of willen hun kennis juist opfrissen. Na het volgen van de cursus hebbenzij met namen kennis de bevoegdheidsverdeling tussen de bestuursorganen raad, college en burgemeester. De deelnemers zijn zich bewust van de juridische aspecten van hun werkzaamheden en de gevolgen daarvan.

Programma
Centraal tijdens de cursus staat welk bestuursorgaan het voor het zeggen heeft, in het algemeen (hoe is de rolverdeling sinds het dualisme?) en ten aanzien van bepaalde bevoegdheden (wie oefent die uit?).

Tijdens de cursus wordt ingegaan op de volgende onderwerpen:

  • Bevoegdheden raad
  • Bevoegdheden burgemeester
  • Bevoegdheden college
  • Delegatie/mandaat
  • Dualisering
  • Grijze gebieden

Vragen die tijdens de cursus aan de orde komen zijn bv:

  • Wie stelt het subsidiebeleid vast? De raad of het college?
  • Wie stelt het kwijtscheldingsbeleid vast? De raad, het college of de heffingsambtenaar?
  • Wie besluit een overeenkomst aan te gaan? En wie ondertekent die?

Het definitieve programma wordt in overleg vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met uw specifieke wensen.

Werkwijze
Het wettelijk kader (Gemeentewet, bijzondere wetten) wordt besproken, maar uitgangspunt bij de cursussen van Pro Facto is dat ze heel praktijkgericht zijn. Het is dus niet de bedoeling dat de deelnemers achterover kunnen gaan zitten om te luisteren. Van de cursisten wordt een actieve houding verwacht. Er wordt gewerkt met (zoek)opdrachten om de inhoud van de wet te leren kennen. De leerstof wordt zo tastbaar en aantrekkelijk mogelijk gemaakt door veel gebruik te maken van voorbeelden uit de dagelijkse praktijk. Er is ruime gelegenheid vragen te stellen en praktijkvoorbeelden in te brengen.

Actualiteiten bestuurs- en gemeenterecht

Doel

Na het volgen van de cursus is de deelnemer op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen tijd en de ontwikkelingen die de komende tijd worden verwacht.

Doelgroep

Medewerkers werkzaam bij de gemeentelijke of provinciale overheid of een waterschap. Van de deelnemers wordt een redelijke basiskennis van het bestuurs- en gemeenterecht verwacht.

Programma

Tijdens de cursus wordt belangrijke, recente jurisprudentie besproken over de Awb en de Gemeentewet. Relevante wetswijzigingen, zoals de Wet aanpassing bestuursprocesrecht en de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige daad, worden eveneens besproken.

Gemeenterecht

Doel en doelgroep
De cursus is bedoeld voor medewerkers van een gemeente die nog weinig kennis / ervaring van/met het gemeenterecht hebben. Na het volgen van de cursus beschikken alle medewerkers over de vereiste basiskennis aangaande de inrichting en de samenstelling van het gemeentebestuur, de taken en bevoegdheden van de gemeentelijke organen, de financiën en het toezicht op de gemeente door de provincie. Voor medewerkers die wel over enige kennis beschikken, kan de cursus als ´opfrissing´ worden gebruikt. Alle medewerkers zijn zich na afloop van de cursus bewust van de juridische aspecten rondom een gemeentelijke organisatie. 

Programma
Tijdens de cursus wordt onder andere ingegaan op de volgende onderwerpen:

  • De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur
  • De bevoegdheden van de verschillende bestuursorganen 
  • De financieën van de gemeente
  • Het toezicht op het gemeentebestuur
  • Actuele jurisprudentie gemeenterecht 

Werkwijze
De cursus is sterk op de praktijk gericht. Er wordt gewerkt met korte inleidingen en cases uit de praktijk van de deelnemers en de cursusleider. Van de deelnemers wordt een actieve opstelling verwacht.

Cursusaanbod 2019

Pro Facto verzorgt cursussen en trainingen voor ambtenaren over tal van onderwerpen. Onze adviseurs beschikken over ruime kennis en praktijkervaring op verschillende terreinen van het (bestuurs)recht. Onder andere onderstaande in company cursussen kunnen wij voor u verzorgen. Staat de cursus die u wilt er niet bij? Neem contact op met ons om de mogelijkheden te bespreken.

Uiteraard kunnen het programma en de omvang van de in company cursus aan uw wensen aangepast worden. U kunt met een in company cursus een aanzienlijke besparing bereiken op de kosten per deelnemer. Bovendien bespaart u de reiskosten en reistijd.

Abonnement
U kunt ook korting op onze reguliere tarieven voor in company cursussen krijgen als u meerdere cursussen per jaar afneemt. Hoe langer en uitgebreider het abonnement, hoe meer korting u krijgt.


Werkwijze
De cursussen van Pro Facto zijn sterk op de praktijk gericht. De lesstof wordt daarmee zo tastbaar en aantrekkelijk mogelijk gemaakt. De docenten van Pro Facto hebben ruime ervaring op het terrein van het bestuursrecht. Zij zijn door hun advies- en onderzoekswerk op de hoogte van het werken bij de overheid en zijn dan ook goed in staat de verbinding tussen de theorie en de praktijk te leggen. Tijdens de cursus wordt veel gebruik gemaakt van casuïstiek. Hierbij krijgen de deelnemers ruimte gelegenheid vragen te stellen en praktijkvoorbeelden in te brengen. Van de deelnemers wordt een actieve houding verwacht. De deelnemers ontvangen een compacte syllabus met de sheets en andere relevante informatie die als naslagwerk kan worden gebruikt.

Docenten
De in company cursussen worden verzorgd door:

 

Zoeken