Gegevensbescherming

Rekenkamercommissie Zwartewaterland: integrale handhaving

Voor het onderzoek geldt de volgende centrale onderzoeksvraag:

In hoeverre en op basis waarvan wordt er sturing gegeven aan het handhavingsbeleid en aan de sturing en de beheersing van de uitvoering daarvan? Vindt de handhaving doelmatig en rechtmatig plaats?

Het onderzoek is onderverdeeld in een onderzoeksfase en een oriëntatiefase. Doel van de oriëntatiefase is het formuleren van een normenkader en het afbakenen en uitwerken van de onderzoeksvragen.

Uitvoeren van de analyse (en oriëntatie) gebeurt vanuit een helder conceptueel kader. Dit betekent als referentiekader onder meer uitgaan van principes van samenhang tussen beleid, organisatie en uitvoering ('gesloten handhavingscyclus'), toezicht en handhaving daarbij zien als instrumenten om (hogere) doelstellingen te bereiken, passend binnen de geldende juridische kaders én het ook doelmatig organiseren.

Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met Arena Consulting.

Rekenkamercommissie Urk: evaluatie grondbeleid 2005-2009

De Rekenkamercommissie van de gemeente Urk heeft door Pro Facto onderzoek laten verrichten naar het grondbeleid 2005-2009 in de gemeente Urk. Bij de keuze van onderwerpen van onderzoek hanteert de commissie steeds de volgende criteria: er moet sprake zijn van een objectieve risicoanalyse en het financieel belang moet groot zijn. De commissie heeft daarbij tevens oog voor wat speelt in de samenleving en wat leeft bij de politiek. Een onderzoek naar het grondbeleid voldoet aan deze criteria.

De centrale vraag, die de commissie zich heeft gesteld is hoe inzichtelijk gemaakt kan worden wat de uitgangspunten van het grondbeleid zijn geweest en hoe deze zich verhouden tot de wettelijke voorschriften en kwaliteitseisen. Het onderzoek viel uiteen in vijf onderdelen:
-        het vooronderzoek naar wat onder grondbeleid wordt verstaan;
-        het eerste deelonderzoek naar het grondbeleid op papier;
-        de vaststelling van het normenkader;
-        het tweede deelonderzoek naar het grondbeleid in de praktijk, en ten slotte
-        de beoordeling van het grondbeleid.

Rekenkamercommissie Soest: klacht- en bezwaarafhandeling

De belangrijkste invalshoek voor het rekenkameronderzoek naar de klacht- en bezwaarafhandeling is het burgerperspectief. De volgende centrale onderzoeksvraag wordt beantwoord:

Op welke wijze worden burgers geïnformeerd over het indienen en afhandelen van klachten en bezwaarschriften, hoe verloopt de afhandeling van klachten en bezwaren in hun ogen en hoe ervaren burgers de terugkoppeling vanuit de klacht- en bezwaarschriftprocedure naar de organisatie?

Rekenkamer Leeuwarden en rekenkamercommissies Heerenveen, Skarsterlân, Opsterland, Lemsterland: subsidiebeleid en -uitvoering

De centrale doelstelling van het onderzoek is erop gericht om inzicht te krijgen in de vormgeving en uitvoering van het subsidiebeleid in de gemeenten Leeuwarden, Heerenveen, Skarsterlân, Lemsterland en Opsterland en – waar nodig – aanbevelingen te doen. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt:

Hoe is het subsidiebeleid van de vijf gemeenten vormgegeven en op welke wijze wordt daaraan uitvoering gegeven?

Deze vraag valt uiteen in een aantal deelvragen binnen drie thema's: juridische kaders, de uitvoering van het subsidiebeleid en sturing door de gemeenteraad.

Rekenkamercommissies Elburg, Nunspeet, Oldebroek, Putten: integrale handhaving

In de gemeenten Elburg, Nunspeet en Oldebroek is (integraal) handhavingsbeleid vastgesteld in de vorm van Integrale Handhavingsnota's. In de gemeente Putten is dit niet het geval. Mede omdat het onderwerp integrale handhaving bij het merendeel van de raden hoge prioriteit heeft hebben de rekenkamercommissies van de genoemde gemeenten besloten onderzoek te doen naar dit onderwerp. Het concept van programmatisch handhaven moest hierbij als uitgangspunt worden genomen.

De rekenkamercommissies beogen met het onderzoek inzicht te geven in de wijze waarop de gemeenten daadwerkelijk uitvoering geven aan het handhavingsbeleid zoals geformuleerd in de (integrale) beleidsnota's. Ook wilden de rekenkamercommissies nagaan hoe de sturing en beheersing binnen dit proces plaatsvindt. Beoordeeld is of de handhaving in de praktijk doelmatig en rechtmatig plaatsvindt. Met de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek willen de rekenkamercommissies de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden versterken en in het verlengde daarvan bijdragen aan het lerend vermogen van de ambtelijke organisaties.

Rekenkamercommissie Culemborg: doeltreffendheid van handhavingsbeleid

In opdracht van de Rekenkamercommissie van Culemborg heeft Pro Facto een onderzoek uitgevoerd naar de handhaving van regelgeving door de gemeente in den brede, en in het bijzonder op het terrein van overlast en criminaliteit door jongeren. Geconcludeerd wordt dat de gemeente haar handhavingsbeleid over het algemeen goed heeft geregeld. Maar er zijn ook aandachtspunten en risico's voor een effectieve handhaving in de praktijk. Zo kampt de gemeente met een capaciteitstekort, bijvoorbeeld waar het gaat om de controle op de brandveiligheid. Hierdoor kunnen potentieel gevaarlijke situaties onopgemerkt blijven door de gemeente. Dit geldt ook voor de controle op de horecavergunning, waardoor zich mogelijk illegale situaties voordoen. Het rapport bevat een overzicht van de aandachtspunten en risico's op de verschillende handhavingsterreinen. De gemeente wordt aanbevolen een plan op te stellen om deze tekortkomingen weg te nemen, zodat de effectiviteit van de handhaving beter is gewaarborgd.

Het handhavingsbeleid om jeugdoverlast en -criminaliteit in Culemborg terug te dringen is, mede op verzoek van de gemeenteraad, diepgravender onderzocht door Pro Facto. In Culemborg is relatief veel overlast en criminaliteit en de bereidheid van burgers tot het aanspreken of aangeven van jongeren daalt. De gemeente heeft haar beleid in 2010 geïntensiveerd en verstevigd. Dit is tot nu toe vooral zichtbaar geworden in het preventieve spoor van het beleid: de toeleiding van jongeren naar onderwijs, zorg en werk. Het 'zure spoor', het daadwerkelijk repressief optreden op straat waar nodig, komt nog onvoldoende uit de verf. Ook is de aanpak van de gemeente niet zeker gesteld voor de lange termijn, wat wel nodig is. De aanpak van de gemeente en haar partners dreigt te versnipperen door de vele 'speerpunten' en overleggen van de partners. De gemeente wordt aanbevolen om haar beleid in een lange termijn perspectief te plaatsen en stap voor stap tot effectieve oplossingen voor de problemen van en door jongeren te komen.

Rekenkamercommissie Coevorden: termijnoverschrijdingen bij bezwaarschriften

Het verbeteren van de dienstverlening staat bij gemeenten hoog op de agenda. Bij de kwaliteit van overheidsdienstverlening gaat het enerzijds om de kwaliteit van besluiten en producten en anderzijds om de wijze waarop de diensten worden verleend. Bij de kwaliteit van dienstverlening is tijdigheid van groot belang. Mensen moeten weten waar ze aan toe zijn en niet te lang hoeven wachten op een besluit van de gemeente.

Als stok achter de deur voor een tijdige besluitvorming is op 1 oktober 2009 de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking getreden. Als niet tijdig op een aanvraag of bezwaarschrift wordt beslist, verbeurt de gemeente onder voorwaarden een dwangsom die kan oplopen tot € 1.260.

In het onderzoek voor de rekenkamercommissie Coevorden is de volgende centrale onderzoeksvraag beantwoord:

In hoeverre overschrijdt de gemeente Coevorden de termijnen voor behandeling van bezwaarschriften en wat zijn de oorzaken daarvoor?

 

Regellichte zone in Oost-Groningen

In de Kabinetsnota In actie voor ondernemers (2003) is aangegeven dat de mogelijkheid overwogen wordt een in een bepaalde regio een regellichte zone in te stellen. Een regellichte zone kan omschreven worden als "een geografisch gebied en/of specifieke doelgroep [...] waarbinnen de bestaande wet- en regelgeving die significante negatieve invloed heeft op ondernemerschap niet of in minder stringente vorm van kracht is".

De Kamers van Koophandel Groningen en Drenthe, de stuurgroep 'Agenda voor de Veenkoloniën' en de Streekraad Oost-Groningen willen de mogelijkheid tot vermindering en differentiatie van regeldruk benutten om het ondernemersklimaat in Oost-Groningen en de Veenkoloniën te versterken. Daarvoor is onderzocht hoe het concept van een 'regellichte zone' in de Veenkoloniën en Oost-Groningen toegepast zou kunnen worden.

De onderzoeksvraag van het onderzoek luidde als volgt:

Welke (lokale of landelijke) overheidsregels die een negatieve invloed hebben op het ondernemingsklimaat in de Veenkoloniën en Oost-Gro­nin­gen, lenen zich ervoor in een pilot in deze regio niet of minder van toepassing te worden verklaard voor ondernemers en hoe kan dit in een pilot 'regellichte zone' worden geïmplementeerd?

In dit rapport zijn concrete voorstellen gedaan om bepaalde regels die zich er naar ons oordeel bij uitstek voor lenen in een regellichte zone niet of verminderd toe te passen. Daarbij hebben we gekeken naar regels met een zekere onderlinge samenhang, die, als ze buiten beschouwing blijven, naar verwachting daadwerkelijk een positieve invloed hebben op het ondernemingsklimaat.

Klik hier om het rapport te downloaden.

Ministerie van EZ: Op een goudschaaltje gewogen; het toezicht op de Waarborgwet 1986 geëvalueerd

Sinds de herziening van 2002 bevat de Waarborgwet 1986 de volgende bepaling:  

Art. 52d Waarborgwet

Onze Minister van Economische Zaken zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, van de wet van 4 oktober 2001 (Stb. 514) tot wijziging van de Waarborgwet 1986 met betrekking tot de uitoefening van toezicht op de naleving en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de krachtens artikel 52 aangewezen rechtspersoon.

De in artikel 52 aangewezen rechtspersoon is Verispect BV te Delft. Pro Facto heeft de betreffende evaluatie uitgevoerd. In het onderzoek wordt een beeld geschetst van de praktijk van het toezicht op de naleving van de Waarborgwet. In het bijzonder wordt gekeken naar factoren die de doeltreffendheid en doelmatigheid van het toezicht belemmeren dan wel bevorderen.

Gemeente Noordoostpolder: doelmatigheid van de juridische toetsing van beschikkingen

In het kader van een 213a-onderzoek wordt onderzocht in hoeverre de juridische toetsing van beschikkingen in een bepaalde gemeente doelmatig plaatsvindt. Doel van het onderzoek is het geven van inzicht in de wijze waarop de juridische toetsing van beschikkingen momenteel plaatsvindt binnen de verschillende organisatieonderdelen, of dit voldoende geborgd is in de decentrale werkprocessen en in hoeverre er een relatie is tussen de verschillende toetsingswijzen en het aantal bezwaren.

Chantal Ridderbos-Hovingh

uw contactpersoon
Chantal Ridderbos-Hovingh

Chantal is voor dit onderwerp onze contactpersoon.
Meer informatie over haar vindt u hier.
050 313 98 53

Neem contact op met Chantal

Zoeken