Alle actualiteiten

Ruimte nodig voor vernieuwing van praktijkstructuren in de advocatuur

In 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een visie op de versterking van het recht geformuleerd. Specifiek over rechtshulp merkte de staatssecretaris op dat deze toegankelijk en kwalitatief goed moet zijn. Voor het WODC hebben we onderzocht of er in dat licht behoefte is aan moderne praktijkstructuren in de adocatuur. Conclusie van het onderzoek is dat er meer ruimte voor vernieuwing nodig is om de door de minister van Justitie en Veiligheid gewenste verbetering van de toegang tot het recht te realiseren. We doen concrete voorstellen om op basis van een uitgewerkt beoordelingskader in een drietal stappen tot aanpassing te komen.

De onderzoekers gaven een interview aan het Financieel Dagblad.

Maatschappelijke behoeften onvoldoende bediend
Op basis van gesprekken, focusgroepen en documentstudie komen we tot de bevinding dat rechtshulp op dit moment voor mensen en bedrijven met een kleine beurs niet altijd betaalbaar en toegankelijk is. De sociale advocatuur krimpt door lage vergoedingen en uitstroom, en kan steeds minder goed aan de vraag voldoen. Middeninkomens kunnen bij rechtsbijstandverzekeraars en schaderegelingkantoren terecht, maar de premies stijgen en de eigen risico’s nemen toe. Om de toegang tot het recht te verbeteren is vernieuwing van het aanbod van juridische diensten nodig.

 

Huidige praktijkstructuren en de regelgeving
De regels van de Nederlandse Orde van Advocaten laten op dit moment vier praktijkstructuren toe: als zelfstandige advocaat, in een maatschap met andere advocaten, in dienst van een rechtsbijstandverzekeraar met schaderegelingkantoor of in dienst van ideële organisaties. De regels waarborgen de professionele onafhankelijkheid van advocaten, maar zijn minder goed toegesneden op de toegankelijkheid van de juridische dienstverlening. Met name mensen met lage en middeninkomens en het (kleinere) midden- en kleinbedrijf hebben daar last van. De regels staan in de weg aan organisatievormen die voor een betere dienstverlening voor deze groepen kunnen zorgen.

Nieuwe bedrijfsstructuren
We hebben een beoordelingskader ontwikkeld dat bij de toelating van nieuwe praktijkstructuren kan worden gehanteerd. Op basis daarvan kan in een drietal fasen de komende jaren tot aan 2032 vernieuwing tot stand komen. De eerste fase voor 1 januari 2028 maakt het mogelijk dat in-huis advocaten van schaderegelingkantoren van rechtsbijstandverzekeraars ook hulp bieden aan niet-verzekerden tegen een vast tarief. Het reeds lopende experiment kan permanent worden gemaakt. In de sociale advocatuur kunnen zelfstandig werkende advocaten in dienst komen bij een overkoepelende stichting. De derde vernieuwing die ook al voor 1 januari 2028 te realiseren is, gaat over het oprichten van netwerkorganisaties tussen zelfstandige advocaten of advocatenkantoren, die overkoepelende zaken zoals een backoffice samen kunnen regelen. Dit is al toegestaan onder de huidige regelgeving, maar de voorwaarden waaronder dit kan, zijn voor de beroepsgroep niet duidelijk. In de tweede fase, met een horizon tot 2030, gaat het om verdergaande vernieuwingen, waaronder multidisciplinaire samenwerkingen en de mogelijke inzet van extern kapitaal.

Onafhankelijke instantie beslist over toelating
De derde fase, die doorloopt tot 2032, richt zich op een fundamentele herziening van de regulering van de sector. We bepleiten de regulering van praktijkstructuren niet meer uitsluitend bij de advocatuur zelf neer te leggen. De beroepsgroep beschermt te veel haar eigen belangen en de kernwaarden, en kijkt te weinig naar het maatschappelijk belang van toegankelijke rechtshulp. Daarom pleiten we voor de oprichting van een onafhankelijke instantie die beslist over de toelating van nieuwe praktijkvormen, waarbij nadrukkelijker de bredere maatschappelijke behoeften centraal staan, zoals ook al in Engeland, Duitsland en Frankrijk het geval is.

 Rapport  Financieel Dagblad