Rechters vonnissen bij taakstraffen in lijn met de wet

Sinds 1989 is de taakstraf naast de vrijheidsstraf en de geldboete één van de hoofdstraffen in het Wetboek van Strafrecht (Sr). In die vijfentwintig jaar heeft de taakstraf zich ontwikkeld tot een sanctie die zich qua zwaarte tussen de vrijheidsstraf en de geldboete in bevindt. Op 3 januari 2012 werd de Wet beperking oplegging taakstraffen van kracht waarmee een nieuw artikel 22b Sr geïntroduceerd werd. Met deze wetswijziging en gelijktijdige aanscherping van het OM-vorderingsbeleid werd de mogelijkheid om een taakstraf te vorderen en op te leggen in een tweetal gevallen ingeperkt. Het gaat om veroordelingen voor ernstige zeden- of geweldsmisdrijven en gevallen waarin eerder een taakstraf is opgelegd wegens een soortgelijke misdrijf. In die gevallen kan de rechter enkel een taakstraf opleggen indien daarnaast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd.

In opdracht van het WODC heeft Pro Facto ruim 4 jaar na inwerkingtreding het evaluatieonderzoek naar deze wet verricht. Het doel van het onderzoek was vast te stellen of de invoering van artikel 22b Sr in samenhang met de aanscherping van het vorderingsbeleid van het OM heeft geleid tot een blijvende aanpassing van de toepassingspraktijk van het vorderen en opleggen van taakstraffen en of de door de wetgever beoogde effecten zijn ingetreden.

De effecten van de wetswijziging voor het maatschappelijk draagvlak zijn onderzocht met behulp van een kwantitatieve COOSTO-analyse van sociale media-berichten en door de bestudering van enkele case study’s die aanleiding gaven tot grote maatschappelijke ophef. Deze cases waren Project X Haren, een dodelijk verkeersongeval, ongeregeldheden bij een KNVB-bekerfinale en een mishandeling door een ‘kopschopper’. In alle cases had de rechter artikel 22b Sr juist toegepast, maar toch leidde het vonnis tot maatschappelijke onrust. Mogelijke oorzaken van deze onrust kunnen onder andere gevonden worden in stereotiepe daderbeelden (bijvoorbeeld ten aanzien van de etniciteit), media-aandacht en omvang van het slachtofferleed. Ook spelen factoren van strafrechtelijke aard een rol: bijvoorbeeld indien de dader een relatief klein aandeel had bij een misdrijf waarbij veel plegers betrokken waren, zoals ingeval van Project X Haren.

Daarnaast is een grootschalige kwantitatieve analyse gemaakt van de registratie van alle vonnissen in de periode 2009-2014 waarin een taakstraf werd opgelegd. Uit deze verzameling is een steekproef van honderd zaken meer in detail bestudeerd. Hieruit kwamen enkele trends naar voren. Op grond van deze gegevens kon onder meer worden vastgesteld dat het aandeel taakstraffen zonder onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor zeden- en geweldsmisdrijven die gelet op het formele criterium vallen onder de werking van artikel 22b lid 1 Sr gedaald is. In de gevallen waarin de rechter wel een taakstraf zonder onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegde, bleek op grond van de kwalitatieve analyse veelal geen sprake zijn van een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit, waardoor niet werd voldaan aan het materiële criterium in artikel 22b lid 1 Sr. Rechters lijken daarmee te vonnissen in lijn met de wet.

Ook in geval van soortgelijke recidive (lid 2) is het aantal vonnissen met een taakstraf zonder onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zowel in absolute als relatieve zin gedaald. Deze trend is in overeenstemming met de bedoelingen van de wetgever.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat het OM en rechters binnen de ruimte die hen geboden wordt door de wetgever steeds een nauwgezette afweging maken van strafmodaliteiten en hun werking. Er doen zich veel zaken voor waarin een strafcombinatie van een voorwaardelijke gevangenisstraf met gedragsbeïnvloedende voorwaarden met een taakstraf de aangewezen aanpak is. Met de wet is deze mogelijkheid vervallen. De onderzoekers bevelen de minister aan deze combinatie weer mogelijk te maken. Bij brief van 22 januari 2018 heeft de minister voor Rechtsbescherming aangekondigd om voor de zomer van 2018 zijn beleidsreactie, waarbij hij tevens ingaat op deze aanbeveling, aan de Kamer te zenden.

Klik hier om het eindrapport te downloaden.

Zo mild is Nederlandse rechter niet (Volkskrant, 24 januari 2018)

 

Zoeken