Ministerie van OCW: toezicht en handhaving van de Monumentenwet 1988

Wat heeft de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor gevolgen voor het toezicht en de handhaving van de wet als het gaat om monumenten? Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gaf aan Pro Facto en de Rijksuniversiteit Groningen om dit te onderzoeken. De directe aanleiding voor het onderzoek was het feit dat een aantal bepalingen die voorheen in de Monumentenwet 1988 stonden, vanaf 1 oktober 2010 in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn opgenomen. Daarbij zijn de strafbepalingen van de Monumentenwet overgeheveld naar de Wet economische delicten. De vrees bestond dat hierdoor de maximale straffen voor overtredingen met betrekking tot monumenten lager zouden worden. Dit zou nadelig voor monumenten kunnen uitpakken. Daarom is besloten onderzoek te laten uitvoeren naar het geheel van bestuursrechtelijk en strafrechtelijk toezicht.

De centrale onderzoeksvraag luidde:

"Hoe verloopt het bestuursrechtelijke en strafrechtelijke toezicht rond de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en op welke wijze kan de naleving van relevante bepalingen uit beide wettelijke regelingen worden vergroot?"

De resultaten van dit onderzoek staan in het rapport Toezicht en handhaving monumentenwetgeving. Het rapport brengt de mogelijkheden in kaart voor rechtshandhaving op het gebied van gebouwde monumenten en archeologie. Het onderzoek heeft geleid tot een aantal aanbevelingen aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, zoals:

  • investeer in handhavingsbeleid
  • zorg voor een duidelijk taakverdeling tussen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Erfgoedinspectie.
  • intensiveer de voorlichting over handhaving aan gemeenten en eigenaren.

Ook op het gebied van duidelijkheid van wetgeving, toezicht en handhaving, bewustwording, en aangiftes en vervolging geeft het rapport aanbevelingen.

 

Pro Facto Tweets

Search