WODC: tijdelijke COVID-19 regelgeving J&V

Op 24 april 2020 trad de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking. Deze spoedwet treft een aantal voorzieningen op het terrein van Justitie en Veiligheid die noodzakelijk geacht werden in verband met de uitbraak van COVID-19. Daarna zijn er nog aanvullingen gekomen in de Verzamelspoedwet COVID-19 in de Tweede Verzamelspoedwet COVID-19 en in de Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV.. In deze wetgeving worden voor alle rechtsgebieden (strafrecht, bestuursrecht, privaatrecht) voorzieningen getroffen, veelal voor het waarborgen van de continuïteit van het rechtsverkeer tijdens de coronacrisis.

Deze tijdelijke voorzieningen gelden tot het vervallen van de wet. Dit was in beginsel op 1 september 2020, maar de wet bevat mogelijkheden om de werkingsduur (van onderdelen) om de twee maanden te verlengen. Op deze manier vindt er met intervallen een herijking plaats van de noodzaak tot continuering van de betreffende voorzieningen, met waar nodig een verantwoording tegenover het parlement. Met het oog op het voortduren van de coronacrisis is voor een deel van de voorzieningen tot op heden gebruik gemaakt van deze mogelijkheid tot verlenging. Tijdens de parlementaire behandeling heeft de minister voor Rechtsbescherming toegezegd dat zal worden bezien welke van deze tijdelijke voorzieningen een permanente regeling kunnen worden. Pro Facto gaat dit in opdracht van het WODC onderzoeken.

Doel van het onderzoek is inzichtelijk maken in hoeverre het juridisch mogelijk en volgens betrokkenen wenselijk is om (onderdelen van) voorzieningen van de tijdelijke COVID-19 wetgeving JenV in de rechtspleging en het notariaat om te zetten in permanente regelingen.  

 

Search