WODC: evaluatie preventief fouilleren

Met de invoering van artikel 151b van de Gemeentewet in 2002 is het instrument preventief fouilleren geïntroduceerd. Hiermee werd het mogelijk om in door de burgemeester aangewezen veiligheidsrisicogebieden personen preventief te fouilleren en voertuigen, verpakkingen en bagage op wapens te onderzoeken. Het doel van preventief fouilleren was het terugdringen van wapenbezit dat zich in bepaalde gebieden en op bepaalde tijden concentreerde.

In opdracht van het WODC gaan we het preventief fouilleren evalueren. Dat doen in samenwerking met prof.mr.dr. Michel Vols De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt:

In welke mate en met welke overwegingen wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid tot (spoedeisend) preventief fouilleren (artikel 151b en 174b Gemeentewet), wat zijn de ervaringen van betrokken professionals en van betrokkenen op wie het instrument wordt toegepast, in hoeverre worden de beoogde doelstellingen gerealiseerd en wat zijn de mogelijkheden om de toepassing van het instrument preventief fouilleren te verruimen of verder te optimaliseren?

Op basis van deze onderzoeksvraag onderscheiden we de volgende vier onderzoeksthema’s:

  1. Beleidsreconstructie
  2. Toepassing
  3. Overwegingen en ervaringen
  4. Werking en doelbereiking

In het eerste onderzoeksthema wordt de beleidstheorie gereconstrueerd die aan het instrument (spoedeisend) preventief fouilleren ten grondslag ligt. Inzichtelijk wordt gemaakt welke doelen worden beoogd en door middel van welke mechanismen deze doelen bereikt moeten worden. Het tweede onderzoeksthema richt zich op de feitelijke toepassing en opbrengsten van het instrument (spoedeisend) preventief fouilleren. In het derde onderzoeksthema onderzoeken we wat de overwegingen zijn om het instrument al dan niet in te zetten. Daarnaast gaan we na wat de ervaringen zijn van betrokken professionals bij het gebruik van het instrument en hoe preventief fouilleren wordt ervaren door degenen op wie het instrument wordt toegepast (de gefouilleerde) of hierdoor worden ‘geraakt’ (degenen die wonen of verblijven in een veiligheidsrisicogebied). In het vierde en laatste onderzoeksthema staat de werking (in termen van slagvaardigheid, uitvoerbaarheid, effectiviteit en bereik) van (spoedeisen) preventief fouilleren centraal. Onderzocht wordt in hoeverre de inzet van het instrument bijdraagt aan de beoogde doelstellingen, welke mogelijkheden bestaan om de toepassing van (spoedeisend) preventief fouilleren te optimaliseren en of het wenselijk is het wettelijk instrumentarium te verruimen naar andere voorwerpen/fenomenen (zoals vuurwerk en drugs).

. We combineren de volgende juridische en empirische onderzoeksmethoden:

  • Documenten- en literatuurstudie
  • Jurisprudentieonderzoek
  • Juridische analyse
  • Algemene oriënterende interviews
  • Deskresearch
  • Digitale enquête
  • Registratie-onderzoek
  • Casestudies (verdiepende interviews, documentenstudie, kwantitatieve inventarisatie)
  • Meelopen, observaties, straatenquêtes en buurtonderzoek
  • Expertmeetings

 

Search